Reactie op artikel en in de media n.a.v. het onderzoek van de heer Guldemond over hoogbegaafdheid
Graag willen wij naar aanleiding van de artikelen "van de heer Guldemond over hoogbegaafdheid in diverse bladen een reactie geven.
Wij zijn een groep ouders van hoogbegaafde kinderen die vanuit jarenlange ervaring weten dat deze kinderen in het onderwijs geblokkeerd worden
in hun zelfontwikkelingsdrang en daardoor soms helemaal vastlopen.
Gelukkig is het zo, dat de meeste ouders van nature ingaan op de ontwikkeling van hun kind.
Daar is geen theorie uit boekjes voor nodig. Prachtig, hoe het allemaal in/door de natuur geregeld is.
Stel je voor, dat het anders zou zijn, een peuter stelt een vraag, en de ouders zoeken eerst in het boek van dr. Spock, of in het boek "oei ik groei"of de vraag en het antwoord op deze vraag wel bij de leeftijd van het kind past. "Nee Niels" zeggen zijn ouders dan, "deze vraag mag je pas stellen als je 7 jaar bent, dus ga maar weer lekker met je rammelaar spelen".
Iedereen zou deze ouders voor gek verklaren.
De ouders van Niels gaan dus wel in op zijn vragen. Zo zijn de ouders dus vier jaar lang met Niels omgegaan, en zodoende heeft Niels zich ontwikkeld tot een vrolijk leergierig en gemotiveerd mannetje. Maar dan breekt tot groot geluk van Niels de eerste schooldag aan. Hij denkt nu veel nieuwe dingen te leren, want een juf of meester weet alles, veel meer dan papa of mama. Maar o, wat valt het tegen. De juf laat Niels plaatjes leggen van klein naar groot, en van groot naar klein. Hij moet kleuren en plakken en knippen, de kleuterklas bestaat uit oudste en jongste kleuters. Niels is een jongste kleuter, en mag niet met de oudste meedoen, iets wat hij het liefst zou doen. De kinderen begrijpen niet waar Niels het over heeft als hij enthousiast roept kijk de maan schijnt, ze kijken niet eens omhoog, en ze lachen hem uit.
De juf vindt dat Niels wel heel veel aandacht vraagt en slecht aansluiting maakt met de andere kinderen.
Als Niels dan ook nog eens veel huilt, omdat hij door de andere kinderen geslagen en geknepen wordt zonder dat Niels terug slaat heeft de juffrouw haar conclusie getrokken: sociaal emotioneel niet rijp. De juffrouw ziet niet, dat Niels zich wel degelijk verdedigt, Niels slaat niet terug, maar praat terug. Hij vertelt de kinderen dat slaan niet mag, maar voor hij uitgesproken is heeft hij al weer een klap te pakken. Niels is al in de onderhandelingsfase en dat komt niet veel voor op deze leeftijd.
Niels verandert al snel van een vrolijk leergierig jongetje in een bang en ziekelijk jongetje, hij klaagt veel over buikpijn, gaat weer in zijn broek plassen en poepen, ziet bleek, en verliest alle interesses. Hij wil alleen nog maar tv kijken Dit is vaak het moment dat ouders hun verantwoordelijkheid nemen. Zij gaan op school praten, en zoeken deskundige hulp. Niels wordt medisch onderzocht en er blijkt lichamelijk niets aan de hand te zijn. Niels wordt door een psycholoog bekeken, en de uitkomst is hoogbegaafd. En daarmee behoort Niels tot de 2 % aan de bovenkant van de kromme van Gauss.
Op iedere 50 leerlingen kom je één kind met dezelfde mogelijkheden als Niels tegen.
De ouders krijgen tips van de psycholoog over hoe ze hun kind het best kunnen begeleiden in zijn "anders" zijn, en de ouders verdiepen zich in het onderwerp hoogbegaafdheid.
Verder volgt er een advies voor de school. Helaas weet men binnen het onderwijs vaak niet hoe dit op te vangen, en verdwijnen de adviezen in het archief.
In Nederland zitten 30.000 hoogbegaafde kinderen op de basisschool, en 22.500 op het VO.
Er zijn in Nederland een aantal ouderverenigingen voor ouders van hoogbegaafde kinderen. Boze tongen spreken over een enorme lobby, van ouders die willen dat hun kind hoogbegaafd is. Wie logisch nadenkt ziet dat dit een vooroordeel is. Lang niet alle ouders van hoogbegaafde kinderen zijn lid van een oudervereniging. Er is dus geen sprake van een overdreven lobby.
Bovendien zullen ouders van kinderen die slecht scoren op school, niet zomaar om moeilijker werk vragen, als ze niet heel zeker zijn van hun zaak. Ouders vragen dan eerder om RT, of laten hun kind naar bijles gaan. Ouders spelen van nature in op de behoeftes van hun kind, en kinderen die hoogbegaafd zijn kunnen nu eenmaal sneller leren, en lopen daarom voor op hun leeftijdsgenoten.
Moeten deze kinderen extra uitdaging hebben?
Ons antwoord is dat er ingespeeld moet worden op de ontwikkeling van een kind.
En wat dat betreft verschillen we weinig van de wet op het basisonderwijs. Want daarin staat dat kinderen in het onderwijs een ononderbroken ontwikkeling moeten kunnen doormaken.
Omdat regulier lesmateriaal veelal afgestemd is op de gemiddelde ontwikkeling van kinderen in een bepaalde groep zal er dus inderdaad ander lesmateriaal voor kinderen die voorlopen en anders leren gebruikt moeten worden, anders staat hun ontwikkeling stil. Of dit dan extra uitdaging heet of iets anders is niet zo van belang, als het kind maar niet zijn tijd uit hoeft te zitten en bezig gehouden wordt met zaken die het allang beheerst. Want dan is er natuurlijk geen sprake meer van een ononderbroken ontwikkeling. Bovendien werkt niet inspelen op de ontwikkeling demotivatie en onderpresteren in de hand. En dat kan toch zeker niet de bedoeling van onderwijs zijn.
"Niets is onrechtvaardiger dan de gelijke behandeling van ongelijken"
Het gaat er ons ouders van hoogbegaafde kinderen niet om dat zij zonodig extra gestimuleerd moeten worden zoals de heer Guldemond zegt, maar dat er zoals we hier boven al aangaven op hun ontwikkeling wordt ingespeeld. Zodat zij inderdaad uitgedaagd blijven om hun goede verstand te gebruiken tijdens hun schoolperiode.
Volgens het onderzoek van de heer Guldemond voldoet het onderwijs hieraan, als VWO leerlingen in zes jaar tijd hun einddiploma halen. Aan het feit dat het niveau van zo’n diploma, en dus ook de weg er naar toe, veel te laag is voor de kinderen die over zo'n goed verstand beschikken gaat hij gewoon voorbij.
Als je als wetenschapper in je onderzoek van dit soort aannames uitgaat is het ook niet zo verwonderlijk dat je in je inleiding uit het artikel van Prof A.D. de Groot ook selectief citeert en zinnen zoals: "dat het onderwijs wel eens de plaats kan zijn waar vooral in de vroege jeugd blokkeringen van de zelfontwikkelingsdrang ontstaan door een frustrerende sociale controle" *, niet in je onderzoek opneemt.
Verder vinden wij dat bij het onderzoek een bijlage hoort te zitten met de opdrachtbrief van het Ministerie van OC en W zoals toch de gewoonte is. Kunnen lezers vergelijken of de vraag van de opdrachtgever overeenkomt met de onderzoeksvragen die in het rapport geformuleerd zijn. Is nu ook erg ondoorzichtig.
Bovendien zou duidelijk aangegeven moeten worden dat er gewerkt is met cijfers die voor een ander onderzoek bestemd waren. Aangevuld met het gegeven dat in dat eerdere onderzoek hoogbegaafdheid geen item was en dat men dus voorzichtig dient te zijn bij het algemeen geldig verklaren van de conclusie voor alle hoogbegaafden. Dit in tegenstelling tot wat de onderzoekers nu doen.
Zoals we met dit artikel willen aangeven bestaan er dus niet alleen grote verschillen tussen de theorie van de onderzoekers van de Universiteit van Groningen en van de praktijk zoals ouders van hoogbegaafde kinderen die ervaren. Maar is het ook de moeite waard het onderzoek zelf wat beter te bekijken.
Het heeft ons dan ook bijzonder verbaasd, dat een tijdschrift voor pedagogen, de Onderwijsbond CNV, de onderwijsbond AOB, Landelijke Dagbladen enz. de conclusie van een dergelijk verwarrend onderzoek, waar bovendien in opdracht van OCW commentaren aan zijn toegevoegd, zo ongenuanceerd overnemen.
De maatschappij zou veel kunnen leren van mensen die anders zijn, of ze nu aan de boven of aan de onderkant van het gemiddelde zitten. Wij vinden dat we onze energie het best kunnen gebruiken om oplossingen te bedenken voor deze kinderen in plaats van maar steeds ons af te blijven vragen of dit wel nodig is. Het zou de redacties van betrokken bladen en tijdschriften sieren als ze hieraan een bijdrage gaan leveren.
vriendelijke groet,
namens de terecht bezorgde ouders
Ineke Scholten en Dini van den Heuvel.
Terecht Bezorgde Ouders.
* voor meer info zie GION rapport: “Hoogbegaafden in het voortgezet onderwijs” juli 2003 op blz. 28 bij “Geraadpleegde literatuur”: artikel Prof. A.D. de Groot, en daarin punt 6 op p.40, punt 10 op p.44, laatste vraag op p.56 en note 5 op p.58 punt 6 op p.40, punt 10 op p.44, laatste vraag op p.56 en note 5 op p.58