Dag van de Hoogbegaafdheid tracht taboesfeer te doorbreken
Door Geert Krijnen
Dat hoogbegaafde kinderen allemaal een Harry Potter-achtig brilletje dragen, en slim genoeg zijn om zich uiteindelijk op eigen kracht te redden
in de samenleving, dat is een mythe. De waarheid zit complexer in elkaar en zijzelf en hun ouders zouden niets liever willen dan dat
de samenleving daar meer oog voor krijgt. Lastig, want hoogbegaafdheid is in een westers land als Nederland nog altijd een taboe.
Afgelopen weekeinde werd om met dat beeld af te rekenen de Dag van de Hoogbegaafdheid gehouden. Met workshops, diverse stands en ruimschoots
gelegenheid voor hoogbegaafde kinderen én volwassenen om elkaar eens in een ongedwongen sfeer te ontmoeten.
Het is er akelig leeg wanneer om een uur of elf in het Gelderse Wijchen de debatzaal wordt betreden. Organisator Willem Wind van het
Fonds Hoogbegaafdheid heeft stellingen voorbereid om met geïnteresseerden over in debat te gaan. Of het gebrek aan interesse is of het
warme weer is niet duidelijk, maar het geeft eigenlijk ook niet. Het blijkt gelukkig het enige onderdeel wat niet echt loopt. De overige
activiteiten voor zowel jeugdigen als volwassenen met een hoog IQ trekken beduidend meer belangstelling.
En daar is het Wind en zijn medeorganisator Johan Frentz om te doen, dat het isolement wat mensen met hoogbegaafdheid of met iemand in zijn of haar omgeving die hoogbegaafd zijn ondervinden, eens doorbroken wordt. Als om vijf uur in de middag de dag wordt afgesloten, hebben ruim twintig workshops voor jong en oud plaatsgevonden. Tevens is er ruim aandacht voor de stands geweest en hebben bezoekers vooral elkaar kunnen ontmoeten. Ruim vierhonderdvijftig belangstellenden wisten uiteindelijk de weg naar Wijchen te vinden, waar de dag alweer voor het vierde jaar op rij is gehouden.
Taboesfeer
Terug naar het einde van de ochtend, wanneer het al aardig druk is en het publiek ook met regelmatig binnen blijft druppelen.
De locatie, een zalencentrum aan de rand van het dorp en vlak bij de snelweg, blijkt een prima locatie. Voor elke workshop is een
passende ruimte gereserveerd. In de hoofdzaal is de dansvloer, die normaliter voorbestemd is voor allerhande feesten en partijen,
gevuld met stands en nieuwsgierige bezoekers. Er heerst een wat onwennige, maar wel ontspannen sfeer. Later zal ook bij onwennige
bezoekers die al wat langer binnen zijn het ijs helemaal breken. Willem Wind kent het fenomeen: “In eerdere jaren hebben we wel eens
mensen van de straat naar binnen moeten halen, die durfden zelf niet te komen. Er heerst rond hoogbegaafdheid nog altijd een taboesfeer.”
In een andere zaal is een speelruimte voor kinderen ingericht. Jong en oud vermaken zich met spelletjes waar bij voorkeur nagedacht moet worden.
Allerlei stratego-achtige gezelschapsspellen, maar uiteraard ontbreekt ook het vertrouwde schaakspel niet. Wat wel ontbreekt, zijn de videogames.
En ook hoogbegaafde kinderen kunnen van binnen spelen wel eens genoeg krijgen, zelfs van op hen toegerust spelmateriaal. Een weiland
tegenover het zalencomplex en een voetbal doen in de middaguren enige tijd wonderen.
Standhouders
De standhouders zijn van divers pluimage. Van een op gevoelige kinderen gerichte boekenschrijver met plannen voor een
apart verblijfsterrein voor onder meer hoogbegaafde kinderen, via het Nijmeegse gymnasium tot aan verenigingen voor
hoogbegaafde mensen of mensen met aan autisme verwante trekken. Opvallend is een tafel met twee dames erachter, die
optreden namens de Terecht Bezorgde Ouders.
Ineke Scholten uit Gorinchem beweegt samen met haar collega de bezoekers om een petitie te tekenen, die is
bedoeld voor het Ministerie van Onderwijs. De organisatie is geen vereniging, maar wel een netwerk of een
belangengroep die sinds 1999 probeert de landelijke politiek te beïnvloeden omtrent hoogbegaafdheid, en zo
presenteert ze zich ook naar buiten. Inmiddels hebben zich ruim honderd mensen achter deze doelstelling geschaard;
iedereen die zich zorgen maakt om hoogbegaafdheid bij zichzelf of bij zijn of haar kinderen mag zich aansluiten.
Vooral op de vaste Kamercommissie voor Onderwijs zijn de acties gericht. Politici zijn altijd bereid om naar deze
bezorgde ouders te luisteren, maar qua politiek gewin lijkt het vaak daarbij te blijven. Ineke Scholten weet
wel waarom: “Je maakt je als Kamerlid niet populair als je het voor hoogbegaafdheid opneemt. Er bestaat nog steeds
een taboe, vooral in Nederland. Er is wel beweging gaande. Je kunt alleen niet nagaan of onze inspanningen echt
helpen. Het is en blijft een zaak van lange adem.”
Haar collega, die haar naam liever niet vermeld ziet, voegt hieraan wel een kanttekening toe: “Aan de ene kant
wordt het taboe langzaam doorbroken, doordat steeds meer mensen zich met hoogbegaafdheid bezig houden. Anderzijds
stijgt ook het aanbod aan mensen die daar brood in zien. Hoogbegaafdheid kan zo gezien worden als ‘melkkoe’. En
dat werkt niet altijd ten gunste. Het is moeilijk om hierin het kaf van het koren te scheiden.”
Doelgroep
Op termijn hoopt Willem Wind dat er een aparte organisatie komt voor de Dag van de Hoogbegaafdheid. Los
dus van het Fonds Hoogbegaafdheid, dat toch een meer ondersteunende functie zou moeten hebben. De doelgroep
van de dag zijn volgens Wind alle hoogbegaafden en iedereen die in hoogbegaafdheid geïnteresseerd is. Zoals
bijvoorbeeld ook arbo-artsen; mensen lopen op hun hoogbegaafdheid nogal eens vast in hun werk. Artsen stellen
echter vaak de verkeerde diagnose.
Willem Wind vervolgt: “Onder de doelstelling valt ook om mensen die met hoogbegaafden werken met elkaar in
contact te brengen. Er komen al samenwerkingsverbanden tot stand, maar het is nog wel allemaal regionaal.
Niemand is op dit gebied echt landelijk bezig. Het gaat ons hier vandaag in het bijzonder om kennisoverdracht
en het doorbreken van een taboe.”
De standhouders preken wel min of meer voor eigen parochie. “De mensen hier zijn al geïnteresseerd”, gaat Wind verder. “Iedereen heeft
met hoogbegaafdheid wel een persoonlijke link. De bedoeling is om bij de standhouders ook wel om het kaf van het koren te scheiden.
Wij hebben echter als organisatie niemand die zich aangemeld heeft op voorhand geweigerd. Het publiek weigert ze als het erop aankomt
zelf wel op de lange termijn.”
Ook de organisator weet dat erkenning van hoogbegaafdheid als een probleem een zaak van lange adem zal worden. “Elk initiatief binnen
het onderwijs wordt gesmoord binnen de politiek. Ik denk dat de politici onderschatten hoe groot het probleem is en dat het grote publiek
toch welwillend is. Het probleem binnen de wereld van de hoogbegaafden is dat iedereen zijn persoonlijke trauma’s heeft. We moeten naar buiten
toe eerst zelf volwassen worden, want die trauma’s beïnvloeden je activiteiten binnen het veld wel degelijk.”