Uit het advies van de Onderwijsraad:
"De Stand van Educatief Nederland 2005"
De laatste jaren groeit de aandacht voor (hoog)begaafde leerlingen. Naar schatting is de
helft van de basisscholen bekend met dit fenomeen, maar onduidelijk is hoeveel scholen
ook daadwerkelijk actie ondernemen. Om het onderwijs meer te laten aansluiten bij
(hoog)begaafde leerlingen, hanteren scholen die op dit terrein actief zijn uiteenlopende
methoden: de leerstof compacter aanbieden, extra leerstof, plusgroepen, en leerlingen
eerder laten instromen in het voortgezet onderwijs. Ook zijn er begeleidingsstrategieën
voor (hoog)begaafde jongeren, bijvoorbeeld tutorprogramma’s waarbij oudere leerlingen
jongere leerlingen ondersteunen en uitdagen. Meer op alle leerlingen gericht is bijvoorbeeld
het netwerk Jongeren en Techniek (JetNet), dat bedoeld is om de aandacht voor
wetenschap en techniek onder leerlingen te vergroten. Verder zijn er private scholen speciaal
voor begaafde leerlingen en zijn er ouders die hun begaafde kinderen thuis onderwijs
geven. Scholen werken bij het opzetten van hun aanbod meestal samen met schoolbegeleidingsdiensten,
speciale bureaus en andere deskundigen.247 Ook de overheid ontplooit
diverse initiatieven op het terrein van (hoog)begaafdheid, zoals de instelling van
een Landelijke Informatiepunt Hoogbegaafdheid, de ontwikkeling van een profiel voor
een begaafdheidsschool en het uitzetten van onderzoek naar optimale onderwijsarrangementen.
Over de kwaliteit en effecten van al deze verschillende manieren om met (hoog)begaafdheid
om te gaan, zijn nauwelijks gegevens bekend. Duidelijk is wel dat er nog veel winst
te boeken is. Allereerst is diagnostische expertise in het algemeen nog onvoldoende aanwezig
bij basisscholen. Dit komt niet alleen doordat begaafdheid moeilijk te meten is;
het heeft ook te maken met een afwachtende (soms negatieve) houding van school en
leraren en een moeizame communicatie tussen school en ouders.248 Andere belemmeringen
liggen in het niet kunnen kiezen uit het aanbod aan methoden en de versnippering
van de ondersteuningsstructuur. Een extra moeilijkheid is het ontbreken van cijfers over
het aantal (hoog)begaafde leerlingen dat in de problemen komt. Ook ontbreekt onderzoek
naar schoolloopbanen van (hoog)begaafden.
De raad heeft er eerder voor gepleit om op iedere basisschool één persoon (bijvoorbeeld
de interne begeleider) te scholen op dit thema. Ook zou het thema onderdeel moeten
zijn van het curriculum van de lerarenopleidingen en in nascholingstrajecten. Ten slotte
zou een heldere schoolvisie op de aanpak van (hoog)begaafdheid ondersteunend zijn bij
een goede communicatie tussen ouders en school.249
Uit de zesde voortgangsrapportage
Hoogbegaafde kinderen zitten vaak niet op de juiste plek. Doordat docenten te weinig
ervaring met, en te weinig kennis van hoogbegaafdheid hebben, gaan
deze kinderen veelal onderpresteren. Veel hoogbegaafde kinderen
werken/leren zodoende onder hun niveau. Veel hoogbegaafde jongens/
meisjes zitten bijvoorbeeld op het vmbo, terwijl ze daar niet thuis horen,
wanneer het gaat om hun leervermogen. De leden van deze fractie vinden
dat het onderwijs te zeer wordt afgestemd op de gemiddelde leerling en
er daardoor teveel leerlingen tussen de wal en het schip geraken. Zij
menen dat indien er begeleiding zou zijn voor deze kinderen, dat zij zich
veel meer op hun plek zouden voelen en onderwijs op hun eigen niveau
zouden krijgen. Wanneer wil de minister hieraan iets gaan doen, vragen
de aan het woord zijnde leden. Ook willen zij weten hoe lang er moet
worden gewacht op haar daden.
De leden van de PvdA-fractie menen dat hoogbegaafden vaak onvoldoende
onderwijs op hun niveau. Graag willen de leden weten wat
hieraan wordt gedaan.
Over het beleid ten aanzien van hoogbegaafde leerlingen zal ik u, naar
aanleiding van het onderwijsraadadvies «Hoe kan onderwijs meer betekenen
voor jongeren»door middel van een aparte briefinf ormeren. Deze
brief wordt u in november toegestuurd. (November van welk jaar wordt er niet bij vermeld)
Uit de lijst met vragen Notitie VMBO het betere werk.
Waarom spreekt u nu alleen over 'gedrags- en leerproblemen', terwijl u in uw zesde voortgangsrapportage Leerlinggebonden Financiering (LGF)
aangaf dat er onvoldoende plaatsen zijn binnen het zmok onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen en voor leerlingen met een vorm van autisme?
Uit de vijfde voortgangsrapportage LGF
De ouders van hoogbegaafde kinderen in zowel de po als de vo-leeftijd geven aan dat het op scholen
vaak ontbreekt aan de juiste deskundigheid. De kinderen raken daardoor gedemotiveerd, halen slechte
resultaten en vertonen depressief en/of ander probleemgedrag. Veel kinderen komen daardoor voor
korte of langere tijd thuis te zitten. Ouders willen dat hun kind weer met plezier naar school gaat.
blad 10/21
Door OCW wordt al beleid gevoerd op het terrein van hoogbegaafdheid, waaronder
deskundigheidsbevordering voor scholen via het Informatiepunt bij CPS, materiaalontwikkeling en
wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast is in 2003 gestart met het stimuleren van een landelijk
dekkend netwerk van reguliere VO-scholen, die in hun regio expertisepunt willen zijn voor
hoogbegaafdheid. Over enkele jaren kan er in elke regio zo’n expertiseschool zijn, die aangepast
onderwijs en een zorgstructuur voor deze leerlingen heeft en een adviserende rol vervult naar andere
scholen in de regio. Naast deze activiteiten wordt voorgesteld leerplichtambtenaren beter te
informeren over hoogbegaafdheid en de gevolgen daarvan voor het volgen van onderwijs, en de
inspectie te verzoeken aandacht te schenken aan de wijze waarop het onderwijs aan hoogbegaafden
wordt vormgegeven