Petitie Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid bij kinderen blijkt binnen het primair en voortgezet onderwijs nog steeds een miskend fenomeen te zijn. Zo blijkt uit de schoolrapportages van de Onderwijsinspectie over 2004 dat van veel scholen hierover niets te zeggen valt bij gebrek aan gegevens. Het niet onderkennen van hoogbegaafdheid is nog steeds van alle dag. Waar het wel is onderkend, wijst de praktijk uit dat ouders nog vaak genoeg op ‘verzet’ stuiten van scholen om met deze ontwikkelingskwaliteiten van het kind serieus rekening te houden.

Binnen het WSNS-beleid wordt uitdrukkelijk het belang van de onderkenning van hoogbegaafde kinderen aan de orde gesteld en gewezen op tal van risico’s wanneer geen aangepast onderwijs wordt verstrekt. De ondergetekende organisaties en personen signaleren echter, dat de structuur waarbinnen dit beleid vorm moet krijgen voor kinderen duidelijke tekortkomingen kent die het beleid weinig effectief maken .

De uitgangspunten voor het verstrekken van onderwijs aan kinderen zijn vastgelegd in het Verdrag van de rechten van het Kind, de Verklaring van de Rechten van de Mens en niet in de laatste plaats de Wet op het primair onderwijs. Het onderwijs moet zich richten op een zo volledig mogelijk ontplooiing van de persoonlijkheid en talenten van het kind. Uitgangspunt van het Nederlandse wettelijke onderwijssysteem is dat het onderwijs een doorgaande lijn in de ontwikkeling van het kind moet garanderen en het onderwijs is ingericht op het cognitieve en emotionele ontwikkelingsniveau van het kind. Hoogbegaafde kinderen ervaren veelal, dat de school met hun cognitieve en emotionele ontwikkeling niet of onvoldoende rekening houdt en zij zich maar moeten aanpassen aan het klassikale aanbod. Een doorgaande lijn in hun ontwikkeling blijft dan achterwege en evenmin ontwikkelen zij binnen school vaardigheden die passen bij hun ontwikkelingsniveau en die de noodzakelijke voorwaarden vormen voor een verdere succesvolle schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs en een latere maatschappelijke carrière.

M.n. in de jonge jaren van kind wordt de basis voor de toekomst gelegd, voor het kind zelf én wat het kind later voor de samenleving kan betekenen. Om diverse redenen komt geen adequaat onderwijs voor hoogbegaafde kinderen tot stand. Voor de ontplooiing van de talenten ervaart het hoogbegaafde kind geen ondersteuning binnen de verplichte (± 1000) schooluren per jaar. De ontplooiing van de talenten van het kind wordt dan aan het kind zelf en zijn ouders overgelaten. Ouders komen veelal in strijd met de leerplichtwet, wanneer zij de verantwoordelijkheden naar zich toe trekken door de noodzakelijke extra zorg en begeleiding wel aan te (laten) bieden met het oog op de harmonieuze ontwikkeling van hun kind. Wanneer extra begeleiding uitblijft, leert de ervaring dat een problematische schoolcarrière het resultaat is met verdere negatieve gevolgen voor het toekomstig maatschappelijk functioneren. Om die reden wordt het kind binnen het WSNS beleid juist als een risicoleerling gezien.

Binnen het Nederlandse onderwijssysteem gaat zo veel talent en potentieel talent verloren van kinderen en daarmee ook voor de samenleving als geheel. Voor een economie en samenleving die meer en meer afhankelijk wordt van technologische ontwikkelingen en kennisinnovatie, is dit een jammerlijke en onnodige ontwikkeling. Om dit te keren moeten maatregelen niet ingrijpen bij de “uitgang” van het onderwijs, maar juist zich richten op de beginjaren van het onderwijs !

De ondergetekende organisaties zijn ervan op de hoogte, dat de minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen voorstellen gaat doen om een “zorgplicht” in te voeren in het primair en voortgezet onderwijs . De precieze inhoud daarvan is op dit moment nog niet bekend. Na de zomervakantie zal de minister haar voorstellen formuleren en aan de Tweede Kamer aan bieden. Wil een optimaal onderwijsaanbod voor hoogbegaafde kinderen binnen de huidige structuur van het onderwijs mogelijk kunnen zijn, dan zouden m.n. de volgende maatregelen ingevoerd moeten worden:

  • - De vaststelling of een leerling binnen het onderwijs speciale behoeften of zorg nodig heeft, moet
    geschieden aan de hand van zo objectief mogelijke criteria. Wanneer identificatie plaatsvindt via
    een psychologische test, is dat een objectief gegeven voor het onderwijs.

  • - De invoering van een zorgplicht moet voor kinderen ook een zorgrecht inhouden. Wanneer bij een kind
    hoogbegaafdheid is vastgesteld, verplicht dat de school tot een speciale zorg binnen het onderwijs en een
    daadwerkelijk aanbod van aangepast onderwijs.

  • - De beslissing of zorg nodig is en welke zorg geboden moet worden, moet kunnen worden voorgelegd aan een
    onafhankelijke geschillencommissie. Uit het verslag van het werkbezoek van de Onderwijscommissie van de
    Tweede Kamer aan Canada blijkt dat in de praktijk weinig gebruik wordt gemaakt van een geschillenregeling
    wanneer ouders in vroegtijdig stadium én volwaardig betrokken worden bij de identificatie van de zorg en de
    verdere aanpak van het onderwijs .

  • - Het bieden van een doorgaande lijn in de ontwikkeling van het kind binnen het primair onderwijs geeft veelal een
    probleem bij de overstap naar het voortgezet onderwijs. Tussen primair en voortgezet onderwijs moet meer
    afstemming komen om een doorgaande lijn te garanderen.

    Indien u de hiervoor geformuleerde aanbevelingen kunt onderschrijven en wilt ondersteunen, dat bij de invoering van de zorgplicht in het onderwijs deze aanbevelingen worden overgenomen, verzoeken wij u petitie te ondertekenen
    onder vermelding van uw naam. Wij zullen dan zorgdragen voor de overhandiging van de petitie aan de Minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en de Vaste Commissie van Onderwijs uit de Tweede Kamer.

    10 juni 2006

    Terecht Bezorgde Ouders,

    Download petitietekst.

  •