Sociaal cultureel planbureau komt met een juichend rapport!
Wij namen het rapport voor u door . En hebben het voorzien van schuin gedrukt commentaar.
Investeren in vermogen.
Het onderwijs heeft eindelijk het intellectuele toptalent ontdekt en biedt dit tal van extra's.
Volgens de gegevens van het CBS zaten er in het schooljaar 2004 2005 een kleine 1800 leerlingen van 11 jaar of jonger in het
voortgezet onderwijs. Op een totaal van bijna 209.000 leerlingen in het eerste leerjaar is dat minder dan 1%. Het fenomeen van de
jonge leerling in het voortgezet onderwijs nam de afgelopen 10 jaar wel iets toe in 1994/1995 ging het nog om 840 leerlingen 0,5 %.
Verrijking.
Bij verrijking gaat het om aanvullende activiteiten, die tot doel hebben (hoog) begaafde kinderen een extra programma te laten volgen, dit kan
gebeuren binnen de klas, waarbij de leerkracht het lesprogramma aanpast, of via plus klassen buiten de eigen klas, waarbij leerlingen samen met andere (hoog) begaafde kinderen een extra programma volgen, maar ook via programma's die buitenschools worden aangeboden. Een voorbeeld van dat laatste is het vooruitwerklab op van het Centrum voor Begaafdheid Onderzoek in Nijmegen, waarin hoogbegaafde kinderen uit het basis- en voortgezet onderwijs gedurende 10 bijeenkomsten in een groep samen een aantal opdrachten uitvoeren.
Hierbij meldt het rapport niet dat ze de kosten voor het voor vooruitwerklab op het geheel voor rekening van de ouders komen. De kosten
bedragen € 75 per keer. In totaal komt het neer op € 750 voor 10 keer. Hier ontstaat dus een tweedeling. Het is alleen weggelegd voor kinderen
met draagkrachtige ouders.
Onbekend is hoeveel van de ruim 7000 Nederlandse basisscholen hun (hoog) begaafde leerlingen passend onderwijs proberen te geven. Volgens een schatting van deskundigen is men op de helft van de scholen in ieder geval bekend met het fenomeen hoogbegaafdheid en stuurt 10% van deze scholen leerkrachten er op uit om er meer over aan de weet te komen en gebeurt in een deel van het laatstgenoemde categorie in de praktijk daadwerkelijk iets.
Met andere woorden, 5% van de Nederlandse basisscholen stuurt leerkrachten erop uit om meer aan de weet komen over hoogbegaafdheid. Een deel hiervan
gaat daadwerkelijk iets doen. Of dat iets ook het juiste is wordt niet vermeld.
Andere knelpunten zijn een gebrek aan visie en beleid bij scholen, waardoor de juiste attitude, kennis en vaardigheden bij docenten ontbreken. Bovendien is er vaak geen goed lesmateriaal voor de verschillende niveaus en vakgebieden. De communicatie tussen ouders en school verloopt ook lang niet altijd naar wens. Leerkrachten zijn nog al eens van mening dat ouders ten onrechte claimen dat hun kind hoogbegaafd is.
Ouders merken dat scholen ook de testrapporten en adviezen van psychologen naast zich neerleggen onder het mom van: “ de psycholoog kan in een paar uur niet zien wat wij alle dagen zien.”
Feit is dat de inhoud van de leerplicht in Nederland duidelijk is geregeld en afdwingbaar is. De inhoud en de kwaliteit van het te geven onderwijs
leidden echter aan een gebrek aan concrete normering. zie ook: Hoogbegaafdheid en Zorgplicht
Hoe doen hoogbegaafde kinderen het in het voortgezet onderwijs?
Uit onderzoeken komt naar voren dat de 2,5% meest intelligente hoogbegaafde leerlingen lang niet allemaal een onverdeeld vwo- advies krijgen van de basisschool: van leerlingen die in 1977 aan het voortgezet onderwijs begonnen, kreeg slechts 68% een vwo- advies, in 1999 is het aantal hoogbegaafde leerlingen dat een vwo advies kreeg gedaald naar 64%.
Bijna één op de 10 hoogbegaafde leerlingen blijkt in de eerste leerjaren van het voortgezet onderwijs te blijven zitten of af te stromen naar
een lager schooltype: 3% zit na drie jaar in het VMBO, 6% bevindt zich op dat moment in havo-3.
Na dit alles gelezen te hebben begrijpen wij niet dat het sociaal cultureel planbureau zo optimistisch is over de toekomst van het toptalent
in Nederland.
Het volledige rapport vindt u hier.