Psycholoog Gert Kroes deed onderzoek naar het diagnosticeren van
probleemgedrag bij kinderen. Wat blijkt? Moeders hebben bij
beoordeling van gedrag het minste last van hun eigen persoon.
"Het zal je maar gebeuren: je zit met een kind met problemen en dan
wordt er ook nog eens gesuggereerd dat dit voor een groot deel ligt
aan je eigen gedrag", zegt Gert Kroes. En toch is dit precies wat er
zo vaak gebeurt in de psychische hulpverlening." Zo is er veel
discussie over depressieve moeders. Men vraagt zich af of die het
gedrag van hun eigen kind wel goed kunnen beoordelen." Uit het
promotieonderzoek van Kroes blijkt dat juist moeders hun eigen
persoonlijkheid en problemen het minst een rol laten spelen bij de
beoordeling van gedrag van hun kind. Minder dan welke onafhankelijke
deskundige dan ook. "Dat is natuurlijk leuk nieuws voor moeders."
Kroes liet ouders en deskundigen als leraren en psychologen eerst een
persoonlijkheidstest doen. Vervolgens keken ze naar een video van het
probleemkind. Degenen die het kind kennen kruisen twee keer zoveel
probleemgedrag aan als onbekenden. Kroes: "Voor observatoren die het
kind niet kennen moet gedrag overduidelijk zijn, anders zien ze het
niet. Ook al zijn die deskundigen getraind in het beoordelen van
probleemgedrag. Bekenden van het kind hebben ervaring. Daarom kunnen
ze kleine gedragingen onderscheiden." Moeders blijken de meest
nauwgezette waarnemers van probleemgedrag. "In iedere situatie gedraag
je je weer anders. Moeders maken het kind in de meest verschillende
situaties mee en herkennen dus ook gedragingen die bij die
verschillende situaties horen."
Maar maakt meer probleemgedrag aankruisen je ook een betere
observator? Misschien zien bekenden van het kind immers wel allerlei
problemen die er niet zijn? "Stellen dat moeders per se bétere
waarnemers zijn gaat dus nog wat te ver", aldus Kroes.
Meer informatie:
Deze is helaas verwijderd.