Selecteren aan de poort is geen goed middel om toponderwijs te creëren

Dat blijkt uit een tussenrapportage van de commissie Ruim baan voor talent, die experimenten met selecteren van studenten begeleidt. Toch vindt de commissie dat universiteiten en hogescholen meer mogelijkheden tot selecteren moeten krijgen. Alleen het doel wordt anders: niet het selecteren van de beste studenten, maar het vinden van de juiste student.

De commissie vindt dat opleidingen een duidelijker, eigen profiel moeten krijgen. Een opleiding met een duidelijk profiel kan vervolgens op zoek gaan naar studenten die daar het beste bij passen. Hierbij kan filtering een middel zijn. De experimenten met selectie aan de poort (maar ook met collegegelddifferentiatie) begonnen in 2005 op voorstel van staatssecretaris Annette Nijs (VVD) van Onderwijs. Zij vond dat het hoger onderwijs meer trekken van een markt moest krijgen. Vaak werd verwezen naar topuniversiteiten als Harvard en Cambridge, die ook hun studenten streng selecteren.

Aanvankelijk zouden de experimenten alleen worden gedaan bij opleidingen die duidelijk beter zijn dan de ‘gewone’ opleidingen. Zulke opleidingen bleken niet te vinden. Daarop werd besloten dat opleidingen mochten experimenteren als ze konden aantonen dat ze dankzij het experiment ‘erkende evidente meerwaarde’ zouden creëren, ofwel: topkwaliteit.

Nu erkent de commissie dat ook dat vrijwel nergens is gelukt. Er wordt verwezen naar bevindingen van de Universiteit Leiden. Die was jarenlang pleitbezorger voor selectie aan de poort. Toen ze daar in 2005 mee mocht experimenteren, zag de universiteit ervan af, omdat de voorspellende waarde van selectie-instrumenten niet goed genoeg was. Te veel goede studenten zouden worden afgewezen.

Ook studenten op de selecterende opleidingen zijn niet overtuigd. Volgens de commissie zijn zij niet tevredener over het onderwijs dan studenten op gewone opleidingen. Slechts in een geval constateert de commissie dat er iets bijzonders is gerealiseerd, bij de masteropleiding sociale psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Deze studie experimenteert sinds 2005 met een hoger collegegeld.

Over experimenten met honours-programma’s (extra onderwijs voor getalenteerde studenten; een andere poging om excellent onderwijs te organiseren), heeft de commissie weinig informatie, maar wel meer hoop: hier lijkt veel duidelijker een kwaliteitsslag in de maak dan bij selectie aan de poort.