Sociaal emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen.

Over de sociaal emotionele ontwikkelingen bestaan nog veel vooroordelen en misverstanden. Dit ondanks het feit dat er veel over geschreven is. Zo lazen we onlangs op een website van een samenwerkingsverband dat hoogbegaafden soms dezelfde sociale vaardigheden missen als hun moeilijk lerende klasgenoten. Dit was hen door een studiecentrum welke scholen informeert over hoogbegaafdheid voorgehouden. Waarschijnlijk hebben de vooroordelen met drie zaken te maken.

  • 1.Nog altijd leren aankomende leerkrachten niets op nauwelijks iets over hoogbegaafdheid tijdens hun studie. Essentieel in de benadering van (hoog) begaafde kinderen is namelijk hen serieus te nemen en rekening te houden met hun afwijkende manier van leren, het z.g. top-down leren Aangezien de meeste onderwijsgevenden niet de denkwijze van het (hoog) begaafde kind hebben is het uiterst moeilijk voor hen in deze adequaat te handelen.
  • 2.Scholen hebben soms een hoogbegaafdenbeleid waarbij men ervan uit gaat dat er 10 a 15% hoogbegaafden zijn. Het punt is dat men een beleid niet voor enkele kinderen wil maken en daarom aan de slag gaat met de 10 a 15% slimste kinderen. In dat geval is de aangepaste lesstof niet ver genoeg aangepast voor de 2 a 3% echt hoogbegaafde top-down lerende kinderen zodat bij deze kinderen nog steeds geen rekening wordt gehouden met hun eigen manier van leren
  • 3.Het is dan makkelijker te denken dat het aan de sociaal emotionele ontwikkeling ligt dan hand in eigen boezem te steken en eens kritisch stil te staan bij het aanbod van de lesstof.

    Wij gaan het wiel niet opnieuw uitvinden en hebben eens voor u gesurft op Internet.

    Zo vonden wij het zandbakverhaal van de helaas veel te vroeg overleden Rob Brunia.

    Een hoogbegaafde peuter van 2,5 jaar zit op de rand van de zandbak van een peuterspeelzaal. Het kind is er pas 4 dagen. Op ongeveer 1,5 meter afstand zitten vier kinderen in het zand te spelen. Een van hen pakt een hand zand en gooit deze naar de apart zittende peuter. Dit is zijn manier om te vragen: waarom doe je niet met ons mee? Deze reageert ongebruikelijk: i.p.v te gaan huilen, staat het op en gaat ongeveer 2,5 m verder zitten, met de gedachte:"Dit haal je niet". De drie andere kinderen op hun beurt gaan nu ook met zand gooien (stellen allemaal de vraag). Dan grijpt de leiding in.

    Deze scène is niet uniek. Dit gebeurt ook bij volwassen hoogbegaafden. Waarom spelen hoogbegaafde kinderen niet mee? Het kind is vanaf zijn allereerste begin anders en bouwt een andere psychologische wereld op.

    Het hoogbegaafde kind is al veel verder in zijn ontwikkeling. Het kind speelt al op heel ander niveau dan de meeste leeftijdsgenootjes maakt b.v. al een stad in de zandbak, of graaft heel diep omdat het de verschillende aardlagen wil bekijken, terwijl de meeste kinderen van zijn leeftijd alleen bezig zijn met scheppen en voelen. Het is niet leuk als andere kinderen jouw werk daarbij stuk maken. Bovendien is het contact anders. Het hoogbegaafde kind is in staat te overleggen, terwijl de andere kinderen nog individueel bezig zijn.

    Nog een voorbeeld van Rob Brunia:

    Veel verschijnselen zijn terug te voeren op het feit dat iedereen zijn eigen leefwereld heeft. Maar hoogbegaafden hebben een leefwereld die afwijkt van het gemiddelde. Dit is goed te illustreren aan de hand van een model van Brunia: je kunt je de leefwereld van mensen voorstellen als cirkels. De cirkels van de meeste mensen hebben veel overlap met die van anderen. Maar er zijn ook mensen die maar een kleine overlap met anderen hebben. In de overlap zit datgene wat je met anderen gemeen hebt. Dat zijn de dingen waar je je kunt spiegelen aan anderen en waar je je ervaringen met anderen kunt delen. Je kunt met elkaar praten.


    Figuur: cirkels van leef- en denkwerelden.

    Hoogbegaafden zitten aan de buitenkant van het systeem en hebben over het algemeen weinig overlap met de mensen in hun omgeving (werk, school). Dat betekent dat je over veel zaken niet met anderen kunt praten. Maar ook dat datgene waarmee de anderen zich vermaken en zich met elkaar verbonden voelen, voor hen niet van toepassing is.

    Veel overlap vinden is leuk. Met een grote overlap is er veel gezamenlijk gesprek mogelijk. Dat wordt als prettig ervaren. Sommige mensen hebben maar een kleine overlap. Ook kleine mensen. Dat betekent dus dat een kleuter daarom soms slecht contact kan maken met zijn omgeving (lees: klasgenoten). Dat komt niet voort uit gebrek aan sociale vaardigheden, maar uit een gebrek aan overlap (je verstaat elkaar niet, je kunt niets delen).
    Meer over deze informatie is te vinden op de volgende link:
    Pharos Flevoland

    Het is dus van belang dat een kleuterleider (ster) op de hoogte is van dit soort zaken en adequaat reageert. Het is niet voor niets dat hoogbegaafde kinderen het liefst met oudere kinderen spelen. Eén of twee klassen versnellen is dan ook vaak een goede zaak. Plus klassen zijn ook erg belangrijk op die manier kunnen gelijkgestemden elkaar ontmoeten. Wel is het van groot belang dat deze klassen er dan ook echt zijn voor de meer en hoogbegaafde kinderen, zodat deze kinderen echt de gelegenheid krijgen zichzelf te mogen zijn. En hun eigen manier van denken en werken te mogen gebruiken. Verder is de cognitieve kant hierbij ook zeer belangrijk. Kinderen alle kinderen hebben het recht iets te leren op school. Een goede leerkracht dient voor zichzelf de volgende vragen te stellen.

  • 1. Vind jij dat alle kinderen iets nieuws zouden moeten leren tijdens elke dag die ze op school doorbrengen?
  • 2. Hoe voel jij je wanneer je in een situatie zit die je ervaart als een tijdsverspilling?
  • 3. Vind jij dat alle leerlingen een goed gevoel van eigenwaarde zouden moeten kunnen opbouwen op basis van hun schoolervaringen?

    Meer over deze vragen is te vinden op de volgende link
    Hoogbegaafd Vlaanderen
    Op de internetsite van
    Dini van den Heuvel staan ook nog vragen voor leerkrachten m.b.t. sociale vaardigheden. Kijk bij publicaties en dan 32e publicatie: Misverstanden rond sociale en emotionele ontwikkeling. Uit Symposiumbundel "Hoogbegaafden zien we ze zitten". van november 2000. 

    Casus
    De vier jarige Fleur komt al een aantal woensdagmiddagen met de vraag mag Eva bij mij spelen? Het is opvallend dat Fleur met Eva wil spelen, de moeder merkt dat het totaal niet klikt tussen de meisjes. Moeder vraagt daarom aan Fleur waarom wil je toch elke woensdagmiddag met Eva spelen? Fleur vertelt dan dat ze het anders zo zielig vindt voor Eva, omdat ze elke woensdagmiddag alleen thuis moet blijven en niet naar buiten mag omdat de moeder van Eva moet werken. Fleur wilde Eva helpen en had zich helemaal ingeleefd in de situatie van Eva. De kleine Fleur zocht dus op haar manier naar een oplossing van het probleem van Eva. Dankzij Fleur is het balletje aan het rollen gegaan en is er voor Eva op woensdagmiddag een oppas geregeld.

    Het lijkt ons leuk om hier meer casus te plaatsen van voorbeelden van sociale vaardigheden van hoogbegaafde kinderen. Voor informatie en aansluiting kunt u mailen met

    Terechtbezorgdeouders

     

  •