Verschillen

In onderstaande lijst proberen we een overzicht te geven van die verschillen die “begaafde” kinderen onderscheiden van de “pientere” leerlingen. Opgemerkt dient te worden dat een precieze scheiding nooit te geven is, doordat er ook een overgangsgebied is van de pientere leerling die tegen begaafdheid aanzit tot de verschillende gradaties van begaafdheid tot hoogbegaafdheid.

Pientere leerling Begaafde leerling
Kent de antwoorden Heeft altijd vragen
Is ervaren in het van buiten leren Is een groot gisser ( probeert uit de context af te leiden)
Is geïnteresseerd in objecten Is een zeer nieuwsgierige onderzoeker
Is gefocussed en oplettend Is diep mentaal en fysiek betrokken, soms afwezig hierdoor
Houd van simpele logica Drijft op complexiteit
Houd van woorden Gebruikt vaak ongewoon complexe vocabulaire
Heeft goede ideeën Heeft flitsende, gekke, onnozele en vreemde ideeën
Werkt hard Hangt rond en test uit
Beantwoord de vragen Discussieert in detail, is kritisch, bewerkt stellingen
Presteert bovengemiddeld in de klas Kan bovengemiddeld maar ook gemiddeld of beneden gemiddeld presteren
Hoort bij de top van de groep Vaak een groep van 1 achter de anderen
Luistert met interesse Laat sterke gevoelens en opinies zien
leert gemakkelijk Weet het vaak al
6-8 herhalingen nodig voor meesterschap Meesterschap na 1-2 repetities
Begrijpt ideeën Ontwikkelt ideeën
Geniet van leeftijdgenoten Prefereert vaak ouder gezelschap
Begrijpt de bedoeling of betekenis Onderzoekt de toepassingen
Maakt zijn werk af Start projecten
Kopieert nauwkeurig Creëert nieuwe ontwerpen
Houd van school Geniet van leren
Technicus Uitvinder
Is tevreden over eigen leren / kunnen Is hoogst zelfkritisch

Note: Verschillenlijst overgenomen uit Thriving at school by Dr. John Irvine page 94

Bovenstaande lijst met verschillen geeft aan dat de (hoog)begaafde leerlingen en pientere leerlingen in het overgangsgebied behoeften en leerstijlen hebben die afwijken van wat gebruikelijk is in het reguliere onderwijs , waardoor door zij de aansluiting met het reguliere onderwijs niet of slechts moeilijk kunnen maken.

De behoeften en leerstijlen van begaafde leerlingen vragen om een nieuw onderwijs- en zorgsysteem zoals we dat ook voor de onderzijde van onze bandbreedte binnen het onderwijs kennen. Zodat ook deze leerlingen aan de bovenzijde van onze zorgbreedte volop de mogelijkheden krijgen om zich te kunnen ontwikkelen.

De vorm, inhoud en de organisatie van ons onderwijs richt zich dan met name op de eigenheid van de begaafde leerlingen en de pientere leerlingen in het overgangsgebied.